
Franky Beyen
zorgmanager
franky.beyen@asster.be
Dr. Jan Adriaensen
Beleidsarts
johannes.adriaensen@asster.be
1 Voor wie?
De zorgcluster ouderenzorg richt zich naar mannen en vrouwen vanaf 60 jaar met psychische en psychiatrische problemen. Het kan zowel gaan om stemmingsstoornissen, aanpassingsproblemen, verslaving, … als om cognitieve en psycho – organische problemen.
Er worden zowel ouderen in een acute crisissituatie behandeld als ouderen waarbij een psychotherapeutische behandeling noodzakelijk is als hervalpreventie of om zich te herintegreren in de maatschappij.
2 Wat? Waarom?
In een eerste fase ligt de nadruk op een diepere verkenning van de zorgvraag. Op basis van (klinisch) onderzoek, een continue gedragsobservatie door de verschillende disciplines en overleg met de familie, wordt tijdens een interdisciplinair teamoverleg een indicatie gesteld. Er wordt veel aandacht geschonken aan de levensgeschiedenis, de betekenisvolle relaties en de actuele context om die specifieke zorgvraag van die specifieke patiënt te begrijpen.
Na overleg met de oudere en de familie worden de doelstellingen vastgelegd voor de verdere behandeling. Elke behandeling is een combinatie van het aanbieden van een aangepast en ondersteunend leefklimaat, individuele begeleiding, individuele – en groepstherapie, psychotherapie en familiebegeleiding.
Het systeemtheoretische en het contextuele denkkader vormen de fundamenten van elke behandeling.
Zowel de module “indicatiestelling” als de module “behandeling” kan residentieel of in daghospitalisatie worden aangeboden
3 Zorgeenheden en modules: afdeling Maarten B tel. 011 78 95 59
3.1 Doelgroep
De afdeling maarten b richt zich naar ouderen met functionele stoornissen. Dit zijn ouderen met o.a.
-
stemmings – of angststoornissen
-
relatieproblemen
-
aanpassingsstoornissen
-
afhankelijkheid aan alcohol en medicatie
-
rouwproblemen
-
persoonlijkheidsproblemen
3.2 Doelstelling en behandelingsmethodiek
Het interdisciplinaire team biedt 2 modules aan:
3.2.1 indicatiestelling: gedurende maximaal 4 weken wordt de initiële zorgvraag onderzocht. Via een actieve en continue gedragsobservatie door alle disciplines, via overleg met de patiënt en zijn familie, via gericht (klinisch) onderzoek wordt de zorgvraag verhelderd en een voorstel van behandeling uitgewerkt. Deze ideeën worden omstandig besproken met de patiënt en zijn familie. Meestal wordt naadloos overgegaan tot de volgende module.
3.2.2 begeleiding en behandeling: i.f.v. de individuele zorgvraag wordt een begeleiding en behandeling op maat uitgewerkt. De feedback van de patiënt tegenover het aanbod wordt steeds bevraagd.
De algemene doelstelling is bij voorkeur een reïntegratie in het oorspronkelijk milieu. Indien dit niet haalbaar blijkt, wordt de bejaarde in overleg met de familie en de huisarts georiënteerd naar een gepaste woonvorm zoals woonzorgcentrum, PVT of beschut wonen.
Het therapeutisch denkkader is de algemene systeemtheorie en de contextuele therapie.
3.3 Bijzonderheden
Elke opnamevraag kan gericht worden naar de psychiater of de maatschappelijk werker. Het enig exclusiecriterium is de aanwezigheid van een overwegend somatische problematiek.